Academic Philosophy Events in the Netherlands

Submit your own event

Loading Events

« All Events

  • This event has passed.

Colloquium OZSW Study Group History of Dutch Scientific Philosophy

11 June 2015 @ 13:30 - 17:00

Description

Read More
De volgende bijeenkomst van de OZSW Study Group History of Dutch Scientific Philosophy zal plaatsvinden op Donderdag 11 Juni, 13:30 – 17:00 uur, in lokaal F 3.20, Amsterdam Science Park, 105 (ingang NIKHEF en ILLC). Tevens het colloquium van het NWO-project From Criticism to Methodology. Belangstellenden zijn welkom. Programma 13:30 – 14:30 Dirk Damsma (UvA), De kwalitatieve basis van de wiskunde 14:30 – 14:45 pauze 14:45 – 15:45 Iris Loeb (VU), Intuitionistische Aspecten van Juridische Kansrekening 15:45 – 16:00…
De volgende bijeenkomst van de OZSW Study Group History of Dutch Scientific Philosophy
zal plaatsvinden op Donderdag 11 Juni, 13:30 - 17:00 uur, in lokaal F 3.20, Amsterdam Science Park, 105
(ingang NIKHEF en ILLC).
Tevens het colloquium van het NWO-project From Criticism to Methodology
Belangstellenden zijn welkom.
Programma
 
13:30 – 14:30 Dirk Damsma (UvA), De kwalitatieve basis van de wiskunde
 14:30 – 14:45 pauze
 14:45 – 15:45 Iris Loeb (VU), Intuitionistische Aspecten van Juridische Kansrekening
 15:45 – 16:00 pauze
 16:00 – 17:00 Mireille Kirkels (EUR, NWO), Dualiteit en polariteit. De dialectische filosofie van Gerrit Mannoury
Voorzitter: Harrie de Swart (EUR)
 
Voor de beknopte samenvattingen, voor een routebeschrijving en voor reisinformatie, zie onder.
 
Dirk Damsma (UvA), De kwalitatieve basis van de wiskunde
In Hegel’s systematisch-dialectische visie vindt al het denken plaats in taal. Begrippen in taal kennen verschillende abstractieniveaus. Een abstract begrip verenigt concrete begrippen, maar versluiert hun concrete verschillen. Als wij in staat zijn om te laten zien hoe de diversiteit aan concrete begrippen samenhangt met de eenheid en eenduidigheid van abstracties, krijgen wij grip op de structuur van de taal en daarmee van de kennis die in deze taal beschreven wordt. Door wiskundige entiteiten op deze wijze taalkundig te duiden, wordt duidelijk waar wiskundig denken vandaan komt en welke plaats wiskundig denken in het denken in het algemeen inneemt.
Voor Hegel is wiskundig denken onderdeel van het denken over het denken zelf. Het meest abstracte begrip in het denken is het Zijn. Zijn is in zijn abstractie onvoorstelbaar en een poging om het begrip in zijn volledigheid te vatten is gedoemd te mislukken. Als je dit toch probeert, kun je net zo goed Niets denken. Deze twee gedachten roepen elkaar op, maar sluiten elkaar ook uit. De enige manier waarop ze naast elkaar kunnen bestaan is doordat er een beweging tussen de twee gaande is: Worden. Worden is per definitie in beweging en daardoor niet denkbaar zonder je voor te stellen dat er iets in Wording is: Een momentopname van Zijn: Er-Zijn (‘Dasein’). Een begrip als Er-Zijn is zelf intern tegenstrijdig omdat elk Iets iets Anders Wordt. Door op deze wijze van abstracte begrippen naar concrete begrippen af te dalen kan worden getoond hoe de diversiteit van de wereld zich verhoudt tot de eenheid van de abstracties waarmee we de werkelijkheid begrijpen.
Het object van de wiskunde komt uit een dergelijke presentatie naar voren als een externe reflectie op patronen en relaties. De reflectie is extern, omdat de indeling niet immanent is aan het object van denken, maar voortkomt uit ons subjectieve denken zelf. Dit subject moet zichzelf voor dit doel en op dit abstractieniveau buiten beschouwing laten. Dit resultaat maakt daarmee inzichtelijk waarom Russell’s paradox bestaat: Het subjectieve denken moet in eerste instantie als zijnde extern aan het object worden geconceptualiseerd (, maar maakt hier in werkelijkheid natuurlijk wel deel van uit. Ook Kronecker’s uitspraak over God die de natuurlijke getallen schiep, kan hiermee op een filosofisch bevredigender manier worden beantwoord: God schiep geen getallen, maar abstract denken vereist getallen. Hegel’s opvattingen over oneindigheid zijn na Cantor aan een update toe, maar Hegel’s filosofische ideeën kunnen niettemin worden gebruikt om Cantor’s verzamelingstheoretische ideeën te duiden. Deze oefening laat tegelijkertijd de beperkingen van Hegel’s opvattingen over oneindigheid zien en geeft aan hoe deze enigszins kunnen worden weggenomen.
 
Iris Loeb (VU), Intuitionistische Aspecten van Juridische Kansrekening 
(In samenwerking met Ronald Meester, VU Amsterdam)
Het is bekend dat sommige interpretaties van epistemische kansen niet aan Kolmogorovs axioma's voldoen of zouden moeten voldoen. In het bijzonder in juridische contexten is het onwenselijk dat P(A) + P(- A) = 1 voor alle proposities A, aangezien een bewijsstuk dat - A niet ondersteunt, niet noodzakelijkerwijs A wel ondersteunt. In de literatuur zijn meerdere suggesties te vinden van aanpassingen van Kolmogorovs axioma's aan de juridische realiteit. Deze maken vaak deel uit van grotere, revisionistische programma's (zie [5, 6, 1]).
Intuitionistische kansrekening is een andere, maar naar men zegt verwante aanpak van kansrekening. Gemotiveerd door de wens om een kansrekening te verkrijgen die zich verhoudt tot intuitionistische logica zoals Kolmogorovs (of Poppers) kansrekening zich verhoudt tot de klassieke logica, hebben meerdere auteurs verschillende suggesties hiertoe gedaan (zie [4, 7]).
In ogenschouw genomen dat intuitionistische logica gebaseerd is op bewijs in de plaats van waarheid, dringt zich de vraag op wat nu de precieze relatie is tussen epistemische en intuitionistische kansrekening. Deze vraag kwam ook op bij Harman ([2]) en bij Iourinski ([3]), die claimt dat “an inferential apparatus for the theory of beliefs should follow premises of Brouwer's intuitionism."
In mijn voordracht zal ik ingaan op Shafers aanpak en bespreken tot op welke hoogte deze intuitionistisch is. In het bijzonder zal ik laten zien dat Shafers kansrekening een zwakke disjunctie-eigenschap bezit.
Referenties
[1] L. J. Cohen. The Probable and the Provable. Oxford University Press, 1977.
[2] G. Harman. Problems with probabilistic semantics. In A. Orenstein and R. Stern, editors, Developments in Semantics. New York: Haven, 1983.
[3] D. Iourinski. A Dempster-Shafer theory inspired logic. PhD thesis, Middlesex University, 2008.
[4] C. G. Morgan and H. Leblanc. Probabilistic semantics for intuitionistic logic. Notre Dame Journal of Formal Logic, 24(2):161-180, 1983.
[5] G. Shafer. A mathematical theory of evidence, volume 1. Princeton university press Princeton, 1976.
[6] G. Shafer. Constructive probability. Synthese, 48(1):1-60, 1981.
[7] B. Weatherson. From classical to intuitionistic probability. Notre Dame Journal of Formal Logic, 44(2):111-123, 2003.
 
Mireille Kirkels (EUR), Dualiteit en polariteit: de dialectische filosofie van Gerrit Mannoury
“Het naastliggend doel, dat met de hierna volgende uiteenzettingen wordt beoogd, is de opbouw ener terminologie, die het mogelijk maakt, de duale en polaire tegenstellingen, welke in de omgangstaal zowel als in de meest gebruikelijke wetenschappelijke en  wijsgerige formuleringen zijn voorondersteld, tot een gemeenschappelijke grondslag terug te brengen”.
Met deze woorden introduceerde Mannoury zijn laatste boek Polairpsychologische  Begripssynthese (1953, p. 15). Het is in dit boek dat Mannoury zijn belangrijkste ideeën op het gebied van wetenschap, filosofie en politiek samenvat in een substantieel overzichtswerk dat zijn belangrijkste vroegere geschriften omvat.
Het is in dit laatste werk dat hij zijn filosofie, die hij vanaf het begin van zijn carrière ontwikkelt, presenteert als een samenhangend dialectisch geheel dat duale en polaire tegenstellingen probeert te overbruggen door middel van begripskritisch onderzoek  (‘significa’), teneinde de verstandhouding tussen mensen te verbeteren.
In mijn presentatie zal ik ingaan op de ontstaansgeschiedenis en de opbouw van dit belangrijke boek. Daarnaast bespreek ik wat Mannoury bedoelt met zijn duale en polaire tegenstellingen en waarom hij meent dat deze kunnen worden overbrugd door middel van een unitaire terminologie.
 
ROUTEBESCHRIJVING
Vanaf de onderdoorgang van het NS-rangeerterrein of de bus met uitstappen op de eerste halte na het rangeerterrein:
Neem de linkerkant van de door het Science-complex lopende hoofdweg in noord-oostelijke richting (rangeerterrein in de rug).
U komt aldus bij een poort in een hek met waterpartij. Terzijde van poort staat aangegeven: Science Park nrs 100-150. Bovendien bevindt zich daar ook een roodwitte slagboom, waar u omheen kunt lopen of fietsen.
Ga de poort door en loop in westelijke richting naar de doorgang onder het gebouw --links FOM-NIKHEF, rechts CWI met fietsenstalling. In de openlucht-fietsenstalling kunt u uw rijwiel plaatsen. Na het passeren van de onderdoorgang slaat u linksaf naar de hoofdingang FOM-NIKHEF, Science Park 105.
Binnen: passer de balie en de poortjes. Voor u de koffiehoek. Verzamel daar tussen 13.00 en 13.30. Als men zelfstandig naar het zaaltje wil: ga met de lift in de hal naar de derde verdieping. Op de derde verdieping ziet men recht voor zich uit een doorlopende gang in zuidelijke richting. Loop deze door: men passeert eerst kantoren van NIKHEF, dan van het Korteweg-de Vries Instituut (Wiskunde). Blijf doorlopen, passeer de koffiekamer van het KdV aan de rechterhand, loop verder door tot de colloquiumzaal aan de rechterhand: kamer F 3.20, meeting room.
 
REISINFORMATIE
Kaart: klik op Science Park 904
Klik ook op routebeschrijving
Trein via Utrecht: Bus 40 vanaf Amstelstation, bushalte Science Park (vermijd de bushaltes met alchemistische namen) Trein vanuit het westen: trein van Amsterdam CS naar Amsterdam Science Park Trein vanuit Almere, ja die stopt in Science Park!
Auto: vlakbij de Ringweg A10, afrit Watergraafsmeer (S113) BETAALD PARKEREN in Science Park.
Fiets vanuit de stad: Linnaeusstraat, bij begin Middenweg linksaf Linnaeuskade, onder het spoor door, Molukkenstraat oversteken, Carolina McGillavrylaan uit tot Science Park.
OV vanuit de stad: Tram 7 of 3 naar Muiderpoortstation, dan Bus 40 naar Science Park
De volgende bijeenkomst van de OZSW Study Group History of Dutch Scientific Philosophy
zal plaatsvinden op Donderdag 11 Juni, 13:30 – 17:00 uur, in lokaal F 3.20, Amsterdam Science Park, 105
(ingang NIKHEF en ILLC).

Tevens het colloquium van het NWO-project From Criticism to Methodology

Belangstellenden zijn welkom.

Programma
 
13:30 – 14:30 Dirk Damsma (UvA), De kwalitatieve basis van de wiskunde
 14:30 – 14:45 pauze
 14:45 – 15:45 Iris Loeb (VU), Intuitionistische Aspecten van Juridische Kansrekening
 15:45 – 16:00 pauze
 16:00 – 17:00 Mireille Kirkels (EUR, NWO), Dualiteit en polariteit. De dialectische filosofie van Gerrit Mannoury
Voorzitter: Harrie de Swart (EUR)
 
Voor de beknopte samenvattingen, voor een routebeschrijving en voor reisinformatie, zie onder.
 
Dirk Damsma (UvA), De kwalitatieve basis van de wiskunde
In Hegel’s systematisch-dialectische visie vindt al het denken plaats in taal. Begrippen in taal kennen verschillende abstractieniveaus. Een abstract begrip verenigt concrete begrippen, maar versluiert hun concrete verschillen. Als wij in staat zijn om te laten zien hoe de diversiteit aan concrete begrippen samenhangt met de eenheid en eenduidigheid van abstracties, krijgen wij grip op de structuur van de taal en daarmee van de kennis die in deze taal beschreven wordt. Door wiskundige entiteiten op deze wijze taalkundig te duiden, wordt duidelijk waar wiskundig denken vandaan komt en welke plaats wiskundig denken in het denken in het algemeen inneemt.

Voor Hegel is wiskundig denken onderdeel van het denken over het denken zelf. Het meest abstracte begrip in het denken is het Zijn. Zijn is in zijn abstractie onvoorstelbaar en een poging om het begrip in zijn volledigheid te vatten is gedoemd te mislukken. Als je dit toch probeert, kun je net zo goed Niets denken. Deze twee gedachten roepen elkaar op, maar sluiten elkaar ook uit. De enige manier waarop ze naast elkaar kunnen bestaan is doordat er een beweging tussen de twee gaande is: Worden. Worden is per definitie in beweging en daardoor niet denkbaar zonder je voor te stellen dat er iets in Wording is: Een momentopname van Zijn: Er-Zijn (‘Dasein’). Een begrip als Er-Zijn is zelf intern tegenstrijdig omdat elk Iets iets Anders Wordt. Door op deze wijze van abstracte begrippen naar concrete begrippen af te dalen kan worden getoond hoe de diversiteit van de wereld zich verhoudt tot de eenheid van de abstracties waarmee we de werkelijkheid begrijpen.

Het object van de wiskunde komt uit een dergelijke presentatie naar voren als een externe reflectie op patronen en relaties. De reflectie is extern, omdat de indeling niet immanent is aan het object van denken, maar voortkomt uit ons subjectieve denken zelf. Dit subject moet zichzelf voor dit doel en op dit abstractieniveau buiten beschouwing laten. Dit resultaat maakt daarmee inzichtelijk waarom Russell’s paradox bestaat: Het subjectieve denken moet in eerste instantie als zijnde extern aan het object worden geconceptualiseerd (, maar maakt hier in werkelijkheid natuurlijk wel deel van uit. Ook Kronecker’s uitspraak over God die de natuurlijke getallen schiep, kan hiermee op een filosofisch bevredigender manier worden beantwoord: God schiep geen getallen, maar abstract denken vereist getallen. Hegel’s opvattingen over oneindigheid zijn na Cantor aan een update toe, maar Hegel’s filosofische ideeën kunnen niettemin worden gebruikt om Cantor’s verzamelingstheoretische ideeën te duiden. Deze oefening laat tegelijkertijd de beperkingen van Hegel’s opvattingen over oneindigheid zien en geeft aan hoe deze enigszins kunnen worden weggenomen.
 
Iris Loeb (VU), Intuitionistische Aspecten van Juridische Kansrekening 
(In samenwerking met Ronald Meester, VU Amsterdam)
Het is bekend dat sommige interpretaties van epistemische kansen niet aan Kolmogorovs axioma’s voldoen of zouden moeten voldoen. In het bijzonder in juridische contexten is het onwenselijk dat P(A) + P(- A) = 1 voor alle proposities A, aangezien een bewijsstuk dat – A niet ondersteunt, niet noodzakelijkerwijs A wel ondersteunt. In de literatuur zijn meerdere suggesties te vinden van aanpassingen van Kolmogorovs axioma’s aan de juridische realiteit. Deze maken vaak deel uit van grotere, revisionistische programma’s (zie [5, 6, 1]).

Intuitionistische kansrekening is een andere, maar naar men zegt verwante aanpak van kansrekening. Gemotiveerd door de wens om een kansrekening te verkrijgen die zich verhoudt tot intuitionistische logica zoals Kolmogorovs (of Poppers) kansrekening zich verhoudt tot de klassieke logica, hebben meerdere auteurs verschillende suggesties hiertoe gedaan (zie [4, 7]).

In ogenschouw genomen dat intuitionistische logica gebaseerd is op bewijs in de plaats van waarheid, dringt zich de vraag op wat nu de precieze relatie is tussen epistemische en intuitionistische kansrekening. Deze vraag kwam ook op bij Harman ([2]) en bij Iourinski ([3]), die claimt dat “an inferential apparatus for the theory of beliefs should follow premises of Brouwer’s intuitionism.”
In mijn voordracht zal ik ingaan op Shafers aanpak en bespreken tot op welke hoogte deze intuitionistisch is. In het bijzonder zal ik laten zien dat Shafers kansrekening een zwakke disjunctie-eigenschap bezit.

Referenties
[1] L. J. Cohen. The Probable and the Provable. Oxford University Press, 1977.
[2] G. Harman. Problems with probabilistic semantics. In A. Orenstein and R. Stern, editors, Developments in Semantics. New York: Haven, 1983.
[3] D. Iourinski. A Dempster-Shafer theory inspired logic. PhD thesis, Middlesex University, 2008.
[4] C. G. Morgan and H. Leblanc. Probabilistic semantics for intuitionistic logic. Notre Dame Journal of Formal Logic, 24(2):161-180, 1983.
[5] G. Shafer. A mathematical theory of evidence, volume 1. Princeton university press Princeton, 1976.
[6] G. Shafer. Constructive probability. Synthese, 48(1):1-60, 1981.
[7] B. Weatherson. From classical to intuitionistic probability. Notre Dame Journal of Formal Logic, 44(2):111-123, 2003.
 
Mireille Kirkels (EUR), Dualiteit en polariteit: de dialectische filosofie van Gerrit Mannoury
“Het naastliggend doel, dat met de hierna volgende uiteenzettingen wordt beoogd, is de opbouw ener terminologie, die het mogelijk maakt, de duale en polaire tegenstellingen, welke in de omgangstaal zowel als in de meest gebruikelijke wetenschappelijke en  wijsgerige formuleringen zijn voorondersteld, tot een gemeenschappelijke grondslag terug te brengen”.

Met deze woorden introduceerde Mannoury zijn laatste boek Polairpsychologische  Begripssynthese (1953, p. 15). Het is in dit boek dat Mannoury zijn belangrijkste ideeën op het gebied van wetenschap, filosofie en politiek samenvat in een substantieel overzichtswerk dat zijn belangrijkste vroegere geschriften omvat.

Het is in dit laatste werk dat hij zijn filosofie, die hij vanaf het begin van zijn carrière ontwikkelt, presenteert als een samenhangend dialectisch geheel dat duale en polaire tegenstellingen probeert te overbruggen door middel van begripskritisch onderzoek  (‘significa’), teneinde de verstandhouding tussen mensen te verbeteren.

In mijn presentatie zal ik ingaan op de ontstaansgeschiedenis en de opbouw van dit belangrijke boek. Daarnaast bespreek ik wat Mannoury bedoelt met zijn duale en polaire tegenstellingen en waarom hij meent dat deze kunnen worden overbrugd door middel van een unitaire terminologie.
 
ROUTEBESCHRIJVING
Vanaf de onderdoorgang van het NS-rangeerterrein of de bus met uitstappen op de eerste halte na het rangeerterrein:
Neem de linkerkant van de door het Science-complex lopende hoofdweg in noord-oostelijke richting (rangeerterrein in de rug).
U komt aldus bij een poort in een hek met waterpartij. Terzijde van poort staat aangegeven: Science Park nrs 100-150. Bovendien bevindt zich daar ook een roodwitte slagboom, waar u omheen kunt lopen of fietsen.
Ga de poort door en loop in westelijke richting naar de doorgang onder het gebouw –links FOM-NIKHEF, rechts CWI met fietsenstalling. In de openlucht-fietsenstalling kunt u uw rijwiel plaatsen. Na het passeren van de onderdoorgang slaat u linksaf naar de hoofdingang FOM-NIKHEF, Science Park 105.
Binnen: passer de balie en de poortjes. Voor u de koffiehoek. Verzamel daar tussen 13.00 en 13.30. Als men zelfstandig naar het zaaltje wil: ga met de lift in de hal naar de derde verdieping. Op de derde verdieping ziet men recht voor zich uit een doorlopende gang in zuidelijke richting. Loop deze door: men passeert eerst kantoren van NIKHEF, dan van het Korteweg-de Vries Instituut (Wiskunde). Blijf doorlopen, passeer de koffiekamer van het KdV aan de rechterhand, loop verder door tot de colloquiumzaal aan de rechterhand: kamer F 3.20, meeting room.
 
REISINFORMATIE
Kaart: klik op Science Park 904
Klik ook op routebeschrijving
Trein via Utrecht: Bus 40 vanaf Amstelstation, bushalte Science Park (vermijd de bushaltes met alchemistische namen) Trein vanuit het westen: trein van Amsterdam CS naar Amsterdam Science Park Trein vanuit Almere, ja die stopt in Science Park!
Auto: vlakbij de Ringweg A10, afrit Watergraafsmeer (S113) BETAALD PARKEREN in Science Park.
Fiets vanuit de stad: Linnaeusstraat, bij begin Middenweg linksaf Linnaeuskade, onder het spoor door, Molukkenstraat oversteken, Carolina McGillavrylaan uit tot Science Park.
OV vanuit de stad: Tram 7 of 3 naar Muiderpoortstation, dan Bus 40 naar Science Park

Submit your own event

About the OZSW event calendar

The OZSW event calendar lists academic philosophy events organized by/at Dutch universities, and is offered by the OZSW as a service to the research community. Please check the event in question – through their website or organizer – to find out if you could participate and whether registration is required. Obviously we carry no responsibility for non-OZSW events.